Ik denk soms dat het het meest plezierig is om iets te maken van de restjes die je in huis hebt. Niet alleen is het een oefening in "Economy Gastronomy", nu populair gemaakt door de kredietcrisis. Het is ook een goede manier om de aandacht te concentreren tot een paar smaken, vrij van de - te - uitgebreide santekraam aan ingrediënten die we tegenwoordig dag en nacht ter beschikking hebben. Anasas in december, wie zit daar nou op te wachten...Dus, in plaats aardappels en worst. In deze nadagen van Kerst is ons buikje weer rond met zalm, vlees en allerlei kruidige sauzen van cranberries, vlierbessen, port en wat niet. Ik krijg dan altijd de neiging om wat eenvoudigers te eten om een en ander te balanceren. Iedereen heeft wel een paar aardappels in huis en een stukje worst (of het nou een borrelworstje is als ik hier gebruik of die plakjes chorizo die je nog voor op de boterham hebt). Samen met een beetje mosterd, wat azijn, een paar kappertjes of cornichons en een sprenkeling peterselie is het een simpele lunch voor deze ijdele winterdagen.
De samengestelde salades, of 'salades composées', waarvan dit een voorbeeld is geven het grote plezier dat ze je toestaan om allerlei combinaties van smaken te mengen, zonder ingewikkelde bereiding. Hierin verschillen ze van sauzen, soepen of vlees, die dikwijls een wat preciezere hand vragen. Bij de salade is het wat dit betreft eenvoudig. De kern zit in de harmonie van het bij elkaar gooien van smaken: zout en zuur (hier vertegenwoordigd door worst en kappers respectivelijk), scherp (mosterd) en mild (de romige aardappels). Als je dit eenmaal door hebt, kan je variëren wat je wilt.
Kortom, men neme voor 2 goede eters:
6 aardappels
1/2 borrelworstjes (fuet, of iets dergelijks, wel van goede kwaliteit; Stegemann's plastic worsten gaan hier niet goed bij; als niet voorhanden, vervang met chorizo, of anders blokjes spek of rauwe ham)
een eetlepel kappers or cornichons (in het laatste geval, gehakt in blokjes)
een grote theelepel grove mosterd
1,5 eetlepel witte of rode wijnazijn
6 eetlepels olijfolie
peper en zout
De aardappels worden eerst gepeld, en heel gekookt in gezouten water (minuut of 15). Ondertussen snijden we de worst in grove stukken en bakken die met een beetje olijfolie in een middelwarme pan. Ook maken we de vinaigrette: de kappers of cornichons, een flinke theelepel mosterd en anderhalve eetlepel azijn. Dit goed klutsen met peper en zout. Dan zes eetlepels goede fruitige olijfolie en doorheen slaan. Als de aardappels gaar zijn, ze even laten stomen tot het merendeel van het vocht weg is, dan ze snijden in dikke plakken, klaar om gebakken te worden. De worst is in middels klaar (hoeft alleen een beetje kleur te hebben aan beide zijden) en gaat in een mengbak. In het worstvet bakken we de aardappels tot ze een gouden kleur hebben (vergeet niet weer te zouten). De aardappels gaan in de mengbak bij de worst en de vinaigrette wordt er voorzichtig (je wil niet dat de aardappels breken) doorheen gevouwen. Ten slotte wordt het geheel gezet op een bord, en krijgt het een goede sprenkeling van peterselie. Een laatste drizzle olijfolie voor de vorm en we zijn er al.
Het is mijn inziens de ideale lichte lunch, die nog verbeterd wordt door een glas lichte rode wijn (bijvoorbeeld een gekoelde pinot noir). Het feit dat er vrijwel geen werk aan te pas komt is ook een bonus, evenals het gevoel dat je door deze tour erg zuinig en proper bent geweest. Wellicht nog een klein stukje kaas toe, om het idee te geven dat je een maal gehad hebt, in plaats van een nederig sla'tje, en de dag ziet er weer een stuk beter uit!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten