Pages

maandag 27 februari 2012

Lezen en eten

Waar in Amsterdam kan je goed lezen? Het is een vraag die ik vaak stel in het weekend, als ik me voor mijn eigen bestwil het huis uitwerk. Het liefst zit ik 's zondags met een beter of slechter boek aan zelfverbetering te doen, maar dan wel in de stad, omdat dat nog een beetje het gevoel geeft dat deze solistische bezigheid zich onder de mensen afspeelt. Het is ongetwijfeld dezelfde impuls die me er als klein jongetje toe bracht om gehoor te geven aan mijn moeders oproep om buiten te spelen door met een
GameBoy in het park te gaan zitten...

Mijn ideale leesruimte is licht, stil en vooral groot. Maar waar vind je dat? Bibliotheken zijn zo druk met blokkende scholieren dat je ze het beste mijdt. Cafés zijn ook geen optie, gevuld als ze zijn met Apple-opgepompte zzp'ers. Eigenlijk is een kerk het beste en passend op de zondag, een mooie historische ruimte, vaak midden in de stad. Uit leesaspect is een protestantse ideaal, waar het witwassen van de beeldenstorm wellicht kunstschade heeft aangericht, maar wel heeft gezorgd voor in letterlijke en overdrachtelijke zin opgeruimde ruimtes.

Maar naar de kerk gaan alleen om te lezen gaat wat ver. Bovendien loop je het risico, zoals ik vorige week tijdens een bezoek aan een (overigens katholieke) kerk meemaakte, dat je verrast wordt met een preek waarin de beproeving van onze Heer in de woestijn vergeleken wordt met Job Cohens periode als partijleider van het PvdA: "Dan denk ik aan mensen als Job Cohen, die oprecht is gebleven en op tijd is gestopt, en aan Whitney Houston die dat niet heeft gedaan. (stilte voor gebed voor Sint Job)." Zó erg is het toch ook weer niet - hoewel de naam van de voormalige fractieleider wel bij dit soort vergelijkingen past.

De oplossing is een
compromis, een kunsttempel,
in dit geval de Hermitage. Daar kan je nog zitten tussen Rubens en Jordaens, uitkijken over de Amstel, lezen, mijmeren, schrijven. Ook het boek is een tussenvorm, Alain de Botton's Religion for Atheists, een werk dat ondanks de selfhelp-achtige titel mooie ideeën bevat over de waarde van religieuze denkbeelden in een seculiere maatschappij, maar dat geheel terzijde.

Een museum is ook een uitstekende plek om verheven gevoelens te combineren met meer profane, de waardering van schoonheid met het genot ervan, oftewel een stilleven van Weenix met zin in zuurkool.

Choucroute garnie

Ingrediënten
(voor 4 goede eters)

- 2 pakken wijnzuurkool
- 1 ui
- 12 jeneverbessen, gekneusd in een vijzel of met de onderkant van een pan
- 4 kruidnagels
- 2 laurierblaadjes
- glas witte wijn (liefst Riesling)
- 50 g boter

- zuurkoolspek
- rookworst
- casselerrib

- 1 kg vastkokende aardappels

Bereiding

Verwarm de oven op 180 graden.

Smelt de boter in een diepe, liefst gietijzeren pan die groot genoeg is om de zuurkool en het vlees te bevatten. Snijd de ui fijn en voeg toe aan de pan, samen met de laurierblaadjes, jeneverbessen en kruidnagels. Laat het zachtjes stoven voor een minuut of tien tot de ui zacht is. Voeg dan de zuurkool toe en schep goed om. Duw het zuurkoolspek in het midden van de zuurkool en voeg het glas wijn toe. Breng aan de kook, doe de deksel op de pan en plaats in de oven. Daar is hij dan zo'n uur zoet. De bedoeling is dat de zuurkool zijn azijnscherpe smaak een beetje kwijtraakt zodat hij niet zo 'agressief' meer proeft.

Wat het vlees betreft heb je een keus, als het maar binnen het varkensachtige blijft. Zelf gebruik ik voor zo'n hoeveelheid twee goede rookworsten en vier casselerribs. Daar komt dan nog het vlees van het zuurkoolspek bij, dat je in dunne gelatineuze plakken snijdt. Doe het vlees zo'n twintig minuten voordat de zuurkool klaar is door de zuurkool. Dat is genoeg tijd om het door te garen.

De aardappels koken we gewoon, geschild als ze wat lomper zijn, ongeschild als klein. Verder doen we er niets mee. Het idee isdat de sterk zure smaak van de kool en de zoute van het vlees opgevangen en aangevuld worden door de saaie neutraliteit van de aardappels.

Dien de zuurkool op in een grote platte schaal bedekt met het vlees. Daarbij de aardappels en twee soorten mosterd, Dijon en grove. Wintergroen zolang het nog kan.

In ruste


Een microscopisch kleine post,
alleen bedoeld om de geruchten dat deze blog stervende zou zijn de grond in te stampen. De blog is niet dood. De gezondheid had beter kunnen zijn maar om van ondraaglijk lijden te spreken gaat wat ver. Nee, de blog bevindt zich in een winterslaap waar hij met het komen van de lente uit hoopt te ontwaken. Voor nu moeten hij en u het doen met een intermezzo - dat alwinterse gerecht, erwtensoep.

Erwtensoep

Ik had er eigenlijk nooit aan gedacht om snert te maken. Het is alom verkrijgbaar in uitstekende kant-en-klaar versies. Ik ken ook niemand die erwtensoep maakt; net als met huisgemaakt ijs is de vraag al snel: what's the use? Maar ja, hiertegen pleit dat - zoals wel vaker geldt in de Hollandse keuken - erwtensoep zo belachelijk eenvoudig te maken is. Als de gemiddelde student nu het half uur dat hij besteedt aan boursin en pasta om te vormen in eetbaar cement zou gebruiken om een bord soep op tafel te zetten, zou dit land een betere plek zijn. Conservatisme gaat via de maag.

Ingrediënten

- 500 g spliterwten
- ong. 2 liter bouillon (kippenbouillonblokjes zijn prima)
- 250 g zuurkoolspek
- 1/3 bol knolselderij, geschil en in plakjes van 1 cm gesneden
- 2 preien (alleen het witte gedeelte), fijngesneden
- 2 laurierblaadjes
- zout en peper
- rookworst

Bereiding

Het is doodsimpel. Was de spliterwten onder stromend water en doe in een diepe pan. Voeg de knolselderij, prei en laurierblaadjes toe, samen met de zuurkoolspek. Breng aan de kook, roer een keer door en zet het vuur laag. Wacht anderhalf uur tot de erwten en groente zacht zijn, verwijder de laurierblaadjes en zuurkoolspek en pureer met een staafmixer - zorg ervoor dat het mengsel nog wat grof blijft. Breng op smaak met peper en zout. Dan is het alleen een kwestie van de rookworst opwarmen, in plakken snijden en opdienen met de eveneens in plakken gesneden spek. Wat roggebrood erbij. Kind kan de was doen.

woensdag 14 september 2011

Swedish delight


Culinaire verkenningen gaan dikwijls via een vreemde weg. Zo heb ik een goede vriend die enige tijd in Scandinavië heeft doorgebracht. Men zou denken dat uit een dergelijke ervaring weinig gastronomisch zou voortkomen. De voorstelling is al snel van een ijzig stukje Noord-Europa, dat zich via de zijweg van een schokkend homogene groep überblonde vikingsupermensen heeft ontpopt tot een egalitaire, rijke en essentieel saaie samenleving.


Niets blijkt minder waar. Al grasduinend door hun eetgeschienis vindt men een welvaart aan curieuze - en heerlijke - visrecepten. Hierbij één van hun favorieten: Janssons frestelse, oftewel de verleiding van Janszoon, een gerecht waarin Zweedse ansjovis, aardappels en room samenkomen tot een Scandinavisch hoogtepunt. Goed om - rond lunchtijd - te eten met wat Zweeds bier of wodka. Skål!


Ingrediënten


50 g boter
2 uien, geschild en fijngehakt
2 x 125 g blikjes Zweedse ansjovis
6 middelgrote aardappels, geschild en gesneden in de vorm van Belgische frieten
zout en peper
400 ml slagroom
2 eetlepels broodkruim


Bereiding


De kern van dit recept zijn de Zweedse ansjovis. Dat zijn niet ansjovis zoals wij ze kennen, de Mediterrane, diepzoute stukjes vissalmiak, maar eerder een ingelegde, zoetzure variant naar Zweedse model. Hoewel men ze ansjovis noemt zijn het eigenlijk sprotten. Deze zijn moeilijk te krijgen in de gewone supermarkt, maar bij dat toonbeeld van eetcultuur Ikea des te meer. Dus, de volgende keer dat u een stukje Zweeds gelegenheidsmeubel in de kinderjeep gooit, denkt u eens over deze nederige vis.


Verwarm de oven tot 190 graden celsius.


Vet een ovenschaal in met de helft van de boter en verspreid de uien over de bodem. Knip de ansjovis met een schaar in stukjes en strooi over de schaal. Voeg ook het vocht uit de blikjes toe aan het mengsel. Doe hier de gesneden aardappels bij en breng op smaak met peper en zout. Giet de slagroom over de ovenschaal heen en bedek de vis en aardappels. Breng daarover dan een laag van het broodkruim aan. Doe de rest van de boter in blokjes over het broodkruim.


Plaats de schaal in de oven en laat het geheel drie kwartier tot een uur garen totdat het gerecht een mooie, gulden kleur heeft. Dien het als gerecht op zichzelf op, samen met een groene sla.


P.S. Men kan ook gewone ansjovis gebruiken, maar dat geeft een aanzienlijk zilterigere smaak. Doe in dat geval één ui meer bij het mengsel.

zondag 13 februari 2011

Poule au pot


Een thema in deze blog is een zekere luiheid. Hoewel ik veel plezier schep ik het urenlang kletteren met potten en pannen, en dat ook met enige regelmaat doe, merk ik dat de recepten die je het meest wilt delen niet technische hoogstandjeszijn, maar gewoon simpele malen waar je mensen mee voedt. Het soort voer dat je niet hoeft te bediscussiëren, maar dat gewoon een stilletjes voldane glimlach geeft op het gezicht.

Dat geldt in het bijzonder op zondag, wanneer je snel aan tafel wilt gaan, na afloop van een laatjes bezoek aan de bioscoop. Als de film in kwestie een twee-en-een half uur durend drama blijkt te zijn over een ménage à trois tussen drie Japanse jongeren in de jaren zestig - waarvan één dood is - wordt het enthousiasme voor uitvoerig kokkerellen duidelijk minder. Je kan maar zolang kijken naar existentiële crises interspersed met Giphartachtige dialogen zonder je wil om te koken, laat staan leven, volledig te verliezen. Moraal van het verhaal. Ga niet naar Norwegian Wood, luister wel het Beatles liedje en lees het boek, maar voor alles: kook poule au pot.

Poule au pot
(2 hongerige personen)

Ingrediënten
- 1 hele scharrelkip (het doel van de hap is om de pure smaak van de vogel door te laten klinken; dus gaat een hormoonplofkip het niet redden vrees ik)
- 1 venkel
- 1 winterpeen
- 2 preien
- 2 bleekselderijstengels
- 6 vastkokende aardappels (middelgroot)
- 2 bouillonblokjes
- kruidentuiltje van tijm, peterselie en de buitenkant van de prei
- versgemalen peper
- zout (van dat spul dat in mooie vlokken komt; fleur de sel of Maldon) (niet essentieel overigens, hoor)

Voor de vinaigrette
- bosje peterselie (grof gehakt)
- 1 goede eetlepel grove Franse mosterd (Maille bijvoorbeeld)
- 1 eetlepel wijnazijn (rood of wit; niet balsamico)
- 6 eetlepels goede olijfolie
- peper en zout naar smaak


Bereiding
Dit is een belachelijk eenvoudig recept. Het was het favoriete gerecht van Generaal de Gaulle. Koning Hendrik IV van Frankrijk (1533-1610), de grootvader van Lodewijk XIV, zou in zijn wijsheid gezegd hebben dat hij wilde dat elk van zijn onderdanen het op zondag op tafel zou kunnen zetten. Kortom, poule au pot, een oergerecht.

Hierbij mijn versie. Snijd de groente in grote stukken. Dus trim het kontje van de venkel en snijd in de lengte in zes stukken. Schil de peen, snijd door midden en in de lengte weer doormidden. Verwijder het donkergroene stuk van de preien, trim het kontje en snijd in de lengte doormidden. Verwijder de eerste buitenlaag van de prei en bind samen met de andere kruiden om zo het kruidentuiltje te maken (zie de ingrediënten). Trim de bleekselderijstengels en snijd doormidden. Schil de aardappels. Als sommige aardappels groter zijn dan andere, snijd ze dan tot een geschikte maat.

Vul de kip, via de bips, met wat van de groente. Plaats de kip in een grote pan en omring met de groente. Voeg het kruidentuiltje toe en de bouillonblokjes. Giet er koud water overheen tot de kip onderstaat. Geef de pepermolen een draai of acht over het geheel heen en voeg nog twee theelepels gewoon keukenzout toe. Breng aan de kook. Zet het vuur op de laagste stand zodra het aan de kook komt, plaats de deksel erop en ga wat anders doen. Anderhalf uur later - en zeker na een eindeloze Japanse film - zijn zowel de kip als de groente mooi zacht.

Maak het sausje door alle ingrediënten door elkaar te mengen. Het doel van de vinaigrette is om een beetje zuur, fris element te geven aan vrij neutrale smaken.

Dan is het alleen nog een kwestie van de groente op een mooie schaal schikken en de kip een beetje mooi ontleden. Dus snijd de twee poten eraf (dat gaat erg makkelijk), en snijd de borsten een beetje netjes van het karkas (de rest van het vlees is goed om de volgende dag nog een salade'tje mee te maken of zo). Geef ieder wat borst en poot en de groente, die je nog wat op smaak brengt met peper en het posh zout. Vinaigrette ernaast, klaar.

Je zult merken dat het zachte pure smaken zijn. Prima voor een luie zondag. Eindig met een klein glaasje van de kookbouillon.


P.S.: Je zult nog flink wat bouillon overhebben. Zeef door een dubbele laag keukenpapier in een nieuwe pan en kook in tot de helft. Dan heb je een prachtige kippenbouillon om in te vriezen of meteen te gebruiken in allerhande risotto's, soepen, wat je maar wilt.

maandag 10 januari 2011

Draadjesvlees


Sinds kort kan men goed eten bij ons op het werk. Waar we het eerst moesten stellen met verschillende soorten 'wokmaaltijden' - een containerterm if ever there was one - krijgen we tegenwoordig goed bereide Hollandse klassiekers. Je merkt aan de nieuwe kok dat hij van zijn werk houdt. Het zijn die kleine bewegingen, dat beetje zorg als hij een vlek saus van de rand van het bord wegveegt, of een paar champignons à la minute bakt en voorzichtig over een biefstuk verspreidt.

Zo wordt een andijviestampot met spekjes en rundervinken, een lasagna of, zoals laatst, eenvoudig draadjesvlees met hutspot opeens iets bijzonders. Wat men de verzorgde keuken noemt. Als je er ook nog een glas wijn of een biertje bij zou kunnen krijgen zou het helemaal mooi zijn. While I live I hope.


Draadjesvlees

Dit is niet het recept van de chef, maar toch lekker en verbazingwekkend eenvoudig. De kern zit hem in het gebruik van azijn - dat snijdt net even door het vrij vettige vlees heen -, en het langzame stoven. Ik verbeeld me dat dit een typisch Limburgse techniek is, maar dat zal wel fantasie zijn.

Ingrediënten
(4 goede eters)

1,5 kilo sukadelappen
50 g boter
3 lepels azijn (liefst rode wijn of sherryazijn)
6 jeneverbessen, gekneusd
2 laurierblaadjes
1 grote ui, fijngehakt
1 tot 1,5 l bouillon (runder of kippen)
bloem
zonnebloemolie
zout en peper

Verwijder de grootste stukken vet en pezen, voorzover aanwezig, van de sukadelappen tot je mooie rode lappen vlees hebt. Kruid met peper en zout en wentel door de bloem. Klop de lappen goed af, zodat er alleen een dunne laag bloem op het vlees overblijft.

Verwarm een diepe, gietijzeren pan op een middelhoog vuur. Voeg een paar eetlepels zonnebloemolie toe en kleur de helft van de lappen mooi bruin aan beide kanten. Let erop dat het aankoeksel aan de pan - wat er zal zijn - niet verbrandt. Verwijder de lappen, voeg nog een beetje zonnebloemolie toe en bak ook de resterende lappen.

Verwijder het vlees uit de pan, voeg de boter toe en fruit de ui voor een minuut of vijf. Voeg de sukadelappen weer toe, wentel in het uienmengsel, voeg de laurierblaadjes toe en de jeneverbessen.

Beschenk met bouillon tot de lappen onder staan en voeg de azijn toe. Breng aan de kook en zet het vuur laag. Laat zo 2,5 tot 3 uur zachtjes stoven met het deksel op den pan, tot de lappen bijna uit elkaar vallen. Als je het vlees uit elkaar trekt zie je wat men bedoelt met draadjesvlees.

Verwijder het vlees uit de pan. Kook de saus in tot het jusdik is - dus wat dunner dan normale saus. Warm het vlees weer op in de saus en dien op.

Goed met knolselderijpuree of hutspot natuurlijk. Paar mooie spruitjes kan ook geen kwaad.

donderdag 30 december 2010

Limbo

Het is een vreemde tijd, die periode tussen Kerst en Oud en Nieuw. Waar de adventstijd nog de verwachting oproept van samenzijn met de familie, voor de Sinterklaasverwerpers cadeautjes en voor sommigen - men zou het bijna vergeten - geloof, is de periode daarna een donker gat, de voorgeborchte van het nieuwe jaar, kortom limbo. Een enkeling doet nog een poging om te werken, de meesten bereiden zich stilletjes voor op een alcoholisch 'Uiteinde'.

Het is ook de periode dat decemberuitkeringen op rekeningen vloeien en er even snel weer uit. Het is net alsof werkgevers en winkeliers naar goed poldermodel overeenkomen dat de werknemende mens een week lang zich te buiten kan gaan aan 'uitverkoop(jes)', in een poging om de omzet nog een laatste opwaartse stoot te geven, voordat het echt 2011 is. Niets mis mee uiteraard. Een keyboard voor je iPad of een verzamelbox Little Britain heb je natuurlijk nodig, daar mogen best met 52% loonheffing en 19% BTW belaste euro's heen. I digress.

Uiteraard is dit ook een prachtige periode om aan het koken te slaan, iets wat ik van harte aanraad. Maar het is ook een goede tijd om de passieve variant toe te passen en uit eten te gaan. Als afwisseling bij de recepten, hierbij een tour langs een paar aangedane etablissementen.


Ik at hier met mijn Amsterdamse en Rotterdamse familie. Vooral de Amsterdammers zijn connaisseurs en wisten te vertellen dat deze zaak de beste dim sum in de stad heeft. En ze hadden gelijk hoor, fabelhaft eten. Ook de Rotterdammers gaven een goede recensie. En dat zegt wat, want ze zijn kritisch. De eerder bij het lunchconcert van het Concertgebouw genoten Schostakowitch vond mijn 13-jarige nichtje ronduit teleurstellend. De Bachprelude kon ermee door. Haar 15-jarige zusje uitte haar mening stilzwijgend en ging halverwege de voorstelling "de binnenkant van haar ogen bekijken".

Terugkomend bij de hoofdzaak. Oriental City kent een drempel, maximaal aantal personen: 113. Je moet eerst een nummertje trekken en op de wenteltrap wachten tot een Chinese mevrouw in het Engels en Nederlands je nummer schreeuwt. Dit is het punt waarop de Franse toeristen afhaken. Een gezellig kitscherige kerstboom houdt je gezelschap, terwijl een 'Happy - dat wil zeggen dikke - Buddha' toekijkt. Briesende draken wervelen rond.

Het is het wachten waard. Heerlijke geuren van geroosterd vlees en aromatische bouillons walmen je tegemoet zodra je het restaurant binnentreedt. Verbazingwekkend oude serveersters en obers zetten snel thee en stokjes neer. En dan allerlei heerlijkheden: gestoomde rijstpannekoekjes met geroosterd varkensvlees, met garnalen en met eend. Gefrituurde won tons met varkensvlees en meer garnalen. Gestoomde sesambroodjes met zoetig vlees. Gestoomde St Jakobsschelpen. Paprika gevuld met een vissig mengsel. Een enkele loempia. En dan een specialiteit van de Chinese kaart, aangekondigd als 'beef and chili': zachtgekookte rundertong met een saus van chili-olie en besprenkeld met gefrituurde uitjes. Dat herstelt de maag en verlicht de geest na een avond gevuld met Ricard en goede discussie.

Kortom, Cantonese specialiteiten voor de ideale lunch. 60 euro voor vijf personen met fooi.

Oudezijds Voorburgwal 177 - 179, Amsterdam
Telefoon: +31 (0)20 6268352

George @ The Bank


De Amsterdamse
beau monde, of wat daarvoor door gaat, kent al langere tijd Café George, een tent die begonnen is aan de Leidsegracht en zich inmiddels heeft uitgebreid naar de Willemsparkweg - George W.P.A. - en nu naar 'The Bank' aan het eind van de Utrechtsestraat.

De zaak bevindt zich op de bel-etage boven Julius Jaspers' briljante foodie-supermarkt Marqt, overigens ook het derde filiaal van een succesvolle formule. De sfeer wordt op de website treffend beschreven: 'the proverbial French brasserie in New York...but then in Amsterdam'. Dat betekent rechthoekige marmeren tafeltjes, leren banquettes en industriële stoelen, witte badkamertegeletjes als wandbedekking. Denk aan een Parijs' terras, maar dan in een erg schone metrogang.

De zaak is nog een beetje op zoek naar zijn publiek. Waar de andere twee Georges zich inmiddels hebben ontpopt tot de favoriete lunch- en borreltent van BN'ers (of wannabes) - Edgar Davids op zondag met zijn zoontje, dat spul - is het hier nog een mix tussen dagjesmensen en voornoemd publiek. Aan onze linkerhand zat een Goois gezin dat met die slaperige nonchalance van welgestelde mensen de voorgeschotelde Caesar salad bijna vergat. Rechts zetelde - ik neem aan - een lokale politicus: "Het partijbestuur is opgebouwd als de marine. Van bovenop!" Zijn disgenoot, een twintigjarige
social media expert: "Posters, dat heeft HELEMAAL geen zin meer...kijk als er een cameraploeg bij is als je het opplakt, dan is het leuk, maar anders..." Hevige instemming aan de overkant van de tafel.

Maar goed, het eten. Dat is niet slecht maar het is duidelijk nog de opstartfase. Wij hadden Eggs à la flamande en Club sandwich. Sandwich zag er goed uit, maar niets bijzonders. De Vlaamse hap betrof een paar zachtgekookte eieren op een getoaste muffin, beetje goede parmaham erbij, wat groene asperges, en een flinke hoop hollandaisesaus. Lekker, alleen jammer dat de saus vrijwel koud was, evenals de muffin. De brownies die volgden als toetje waren droog en oud. Ach, in essentie is het hetzelfde goede brasserie-eten waar de andere Georges om bekend staan. Ik raad U echter aan om over een maand of twee terug te komen als de kinderziektes eruit zijn... en de zaak een drankvergunning heeft... halverwege het tweede ei heb je toch echt zin in een glas wijn. Wijk in de tussentijd uit naar de Leidsegracht.

Lunch voor twee 40 euro met fooi.

George @ The Bank
Utrechtsestraat 17, Amsterdam
Nog geen telefoonnummer

Café George
Leidsegracht 84, Amsterdam
Telefoonnummer: +31 (0)20 6260802

George W.P.A.
Willemsparkweg 74, Amsterdam
+31 (0)20 4702530

Ach, eigenlijk is deze tussentijd zo erg nog niet. Hmm, morgen misschien wat Italiaans, en weer koken in het Nieuwe Jaar!





- Posted using BlogPress from my iPad

maandag 29 november 2010

Roots


Soms ga ik op zoek naar mijn Aziatische roots. Dat gebeurt meestal als ik niets beters te doen heb, want het is een beetje een uphill battle. Er zit niet zoveel Chinees meer aan namelijk. Sinds mijn betovergrootmoeder spreekt niemand in de familie meer Chinees. Ik ben nog nooit in China geweest en de politiek daar staat me ook tegen. De killer was toen een Chinees klasgenootje op de middelbare school me enigszins dramatisch maar terecht toeriep: "Jij bent een nep-Chinees!" Steek die maar in je zak...

Dus de culturele verkenningen beperken zich meestal tot wat rondzwabberen op kunstbeurzen langs T'angpaardjes of de Zeedijk systematisch afgrazen - inmiddels al bij Hoi Tin. En natuurlijk zelf wat rondpotteren in het keukentje. Hierbij twee eenvoudige quasi-Aziatische gerechtjes voor doordeweeks - uit protest niet Chinees.

Ramen


Dit is een eenvoudige variant op de Japanse ramen, dat wil zeggen een brede kom geurige bouillon, met daarin noedels (de ramen), een paar groentetjes en wat vlees. Het is de fastfood van het Ochtendland, snel, licht en erg voldoenend. In het westen gepopulariseerd door de Engelse keten Wagamama (probeer die op de Zuidas, die bij het Max Euwe plein is slecht). De briljante film Tampopo heeft dit maal tot kunst verheven. Ben altijd zo onder de indruk van de Japanners. Bloedverraad I guess. Overigens is ramen gejat van de Chinezen, dus...

Ingrediënten
(2 personen)

- 2 kipfilets
- 1 eetlepel Japanse sojasaus
- 1 eetlepel zonnebloemolie
- 250 g dunne noedels (liefst ramen)
- 1 paksoi of bok choi (dat is de lichtgroene, lepelvormige variant), gesneden in lange, dunne stukken
- het witte gedeelte van 3 lenteuien, schuin gesneden in dunne plakjes
- plukje koriander (optional extra)
voor de bouillon:

- 1 l kippenbouillon (uit blokje)
- 1 wortel, in dunne plakjes gesneden
- het groen van de 3 lenteuien (droge topjes verwijderd), heel
- 1 dun schijfje gember van ongeveer 5 cm
- 1 teentje knoflook, gepeld en heel

Bereiding

Eerst de bouillon. Dit is een beetje geïmproviseerde Aziatische bouillon. Gooi alle ingrediënten in een pan en laat tegen het kookpunt aan (maar niet erop, want dan wordt het troebel) intrekken voor een half uur. Zeef en laat op een laag vuur staan.

Klop de sojasaus en de zonnebloemolie door elkaar, met een flink aantal raspen zwarte peper en een snuf zout. Meng er de kip doorheen en laat marineren terwijl de bouillon trekt. Kook de noedels apart in ruim water met een snufje zout totdat het al dente is. Laat uitlekken in een vergiet en spoel goed af onder koud water, totdat de noedels helemaal koud zijn.

Zet dan een grill op hoog vuur en laat goed warm worden. Leg er de kip op en laat mooi bruin gaar worden (minuut of zes aan elke kant). Verwijder dan en laat rusten. Snijd schuin in plakjes.

Dan alleen een beetje assemblage. Neem twee diepe kommen, verdeel er de noedels over en de kip. Besprenkel met de lenteuitjes, de paksoi/bok choi en een beetje koriander. Schenk dan de geurige bouillon er over, klein scheutje sojasaus nog. Als je wat shichimi hebt - one lives in hope - dan is een beetje over de soep gesprenkeld ook erg lekker.

Gegrilde kip


Dit is niet echt een recept, meer iets dat je nog kan doen als je een paar van de kipfilets uit het recept hierboven over hebt. Het komt voornamelijk aan op de saus die je erbij eet, een verbazingwekkend eenvoudig, maar lekker quasi-Vietnamees dipsausje (origineel hier). De Vietnamezen zijn briljant in dipsausjes.

Meng het sap van een halve limoen met een gelijke hoeveelheid Vietnamese of Thaise vissaus. Voeg een mespunt zout toe en anderhalf keer zoveel zwarte peper. Dat is veel, maar het is juist dat tintelende, bijna irriterende van de peper dat het zo'n goed bijsausje maakt. Nu kan je nog eventueel wat fijngehakte rode peper toevoegen en/of knoflook.

Marineer en grill de kip zoals in het bovenstaande recept. Snijd wat lenteuitjes in fijne dunne reepjes, en doe hetzelfde met een verse rode peper. Verspreid over de kip, samen met wat koriander en dien op met het sausje en een schijfje limoen.